Hendriks vervoer

Hendriks vervoer: volledig operationeel, maar wel verlieslatend

Hendriks vervoer uit Gent heeft na alle tegenslag van de coronacrisis haar werkzaamheden nagenoeg volledig hervat. Door beperkingen van zorginstellingen en schrik van ouderen kampt het bedrijf evenwel met een verlieslijdende operatie. “Wij verwachten deze verliezen pas met vijf jaar weg te kunnen werken.”

Vader Jan en zoon Steve Hendriks doen in een openhartig interview met TaxiPro uitvoerig uit de voeten hoe de coronacrisis de activiteiten van hun vervoersbedrijf midscheeps raakte. Het familiebedrijf legt zich toe op het vervoer van minder mobiele mensen. Tot het cliënteel van Hendriks behoren ziekenhuizen, revalidatiecentra, mutualiteiten, rust- en verzorgingstehuizen en andere gespecialiseerde instellingen.

Het gros van hun bedrijfsvloot van 260 voertuigen is aangepast voor rolstoeltransport. Met 450 medewerkers, waarvan 400 chauffeurs, en vijf filialen in België, is Hendriks het grootste VVB-bedrijf (verhuurdiensten van voertuigen met bestuurders) van het land.

Vreemde eend in de bijt

“Als contractvervoerder voor minder mobiele mensen zijn we een vreemde eend in de bijt”, trapt Jan Hendriks, de pater familias van de Hendriks Groep, het gesprek af. “Wij voeren geen ritten uit zoals standaard taxibedrijven en we wachten niet op taxistandplaatsen op passagiers.” Toch is de vervoersgroep lid van taxifederatie GTL en wordt zij in het nieuwe taxidecreet over één kam geschoren met andere taxibedrijven. Zo hebben de chauffeurs sinds 1 juli taxipassen en moet de boordcomputer vanaf 1 november data versturen naar de overheidsdatabank Chiron.

Tekst loopt door onder de foto

Hendriks vervoer

Het nieuwe taxidecreet was een ingrijpende gebeurtenis in 2020, maar viel in het niets bij de coronacrisis. “Met de lockdown stortten onze activiteiten bijna volledig in”, vertelt Steve Hendriks. “Dagopvang en revalidatiecentra sloten van de ene op de andere dag hun deuren en het vervoer hield op. We hadden alleen nog ritjes naar het ziekenhuis en andere noodgevallen”, herinnert hij zich.

Negentig procent van de chauffeurs werd op tijdelijke werkloosheid gezet. De enige activiteit van het familiale taxibedrijf die op volle kracht doorging, was het vervoer van havenarbeiders in de haven van Antwerpen en Zeebrugge, een nicheactiviteit van de groep waar zo’n veertig chauffeur worden ingezet. “Deze activiteit is nooit stilgevallen. Hierdoor hebben we nog een gedeelte van onze chauffeurs aan het werk kunnen houden”, vertelt Steve.

Aanvullende regels

In mei en juni werden de activiteiten weer langzaamaan opgestart met een autopark dat een facelift had ondergaan om aan de coronaregels te voldoen. Schermen waren in personenauto’s geïnstalleerd en de talrijke minibussen waren uitgerust met ontsmettingsmiddelen en corona-bestickering. Naast deze maatregelen moest ook rekening gehouden worden met aanvullende regelgeving van de zorginstellingen. Zo mochten nog maar vier mensen in plaats van acht passagiers vervoerd worden.

Een bijkomstige moeilijkheid was (en is) de veranderde werking van zorginstellingen, zoals dagcentra en revalidatiecentra. “Zorginstellingen hebben allerlei beperkende maatregelen ingevoerd. Zo werken zij nog maar op halve kracht en ontvangen mensen op bepaalde dagdelen. Hierdoor is ons werk plotseling geconcentreerd in bepaalde dagdelen, terwijl we voorheen het werk over de hele dag konden verspreiden”, vertelt Jan.

Tekst loopt door onder de foto

Hendriks vervoer

Inmiddels zijn de meeste chauffeurs terug aan het werk. “Dit varieert een beetje van regio tot regio, maar over het hele bedrijf hebben we weer een chauffeursbezettingsgraad van 90 procent”, vertelt de ondernemer. Door de concentratie van ritten tijdens bepaalde dagdelen hebben chauffeurs regelmatig niets om handen. “Veel chauffeurs kunnen op het moment niet hun contracturen presteren”, bevestigt hij.

Rentabiliteit onder druk

De huidige beperkingen leggen een grote druk op de rentabiliteit van Hendriks. “Op het moment draaien we verlies. Tegenover de dalende inkomsten staan de vaste kosten die doorgaan, zoals dispatching, computersystemen en andere zaken”, legt Jan Hendriks uit. De steunmaatregelen van de overheid compenseren deze verliezen niet. “De overheid komt wel tussen voor de tijdelijke werkloosheid, maar verliezen die we leiden doordat we minder ritten hebben en minder passagiers per bus vervoeren kunnen we niet verhalen.

Door het stilvallen van de activiteiten en de sterk verminderde rentabiliteit heeft het bedrijf behoorlijke verliezen opgebouwd de afgelopen maanden. “We denken dat we vijf jaar nodig hebben om deze verliezen weg te werken”, vertelt Steve. “Daarbij verwachten we dat we pas over een jaar op de pre-corona activiteitsgraad zitten. En hierbij houden we rekening met een beschikbaar vaccin per juni 2021.”

Tekst loopt door onder de foto

Hendriks vervoer

Zonder een vaccin zullen de vervoersactiviteiten nooit op het oude niveau geraken. Daarover zijn de ondernemers het roerend eens. “Onze doelgroep behoort tot de risicogroepen van corona. Naast de beperkende maatregelen van zorgcentra, merk je dat ons cliënteel veel schrik heeft om ergens naar toe te gaan. Al zouden de zorgcentra op volle kracht kunnen opereren, dan zullen er bejaarden zijn die liever thuis blijven. Per 1 september zijn de maatregelen weer wat versoepeld, maar tot veel extra ritten heeft dit niet geleid.”

De coronacrisis is veruit de grootse uitdaging die het familiebedrijf voor de kiezen kreeg in haar relatief jonge bestaansgeschiedenis. Alhoewel Hendriks tot de grootste taxibedrijven van ons land behoort, was het vervoer van passagiers bij de oprichting niet eens in beeld. “Mijn vader is in 1970 als een rijschool begonnen”, vertelt Jan.

Passagiersvervoer sinds jaren tachtig

In de jaren ’80 van de vorige eeuw kwam het passagiersvervoer in het vizier. “We kregen van een familielid de vraag of we een oplossing hadden voor het vervoer van rolstoelgebruikers naar het ziekenhuis.” Bij de start van deze activiteit was er in het rolstoelvervoer nog weinig concurrentie. “Sommige lokale taxibedrijven deden het erbij, maar niemand werkte echt met liften”, vertelt Jan.

Mede hierdoor slaagde de onderneming erin haar activiteiten in sneltreinvaart uit te breiden. In 1990 volgde de uitbreiding naar Melsbroek, waarna Gent (1995) en Antwerpen (2000) aan de beurt waren. In 2010 opende het vervoersbedrijf zelfs een vestiging in het Waalse Charleroi, waar het bedrijf een veertig man in dienst heeft. “De uitbreiding verloopt hier stroef”, vertelt Steve. “We ervaren hier veel concurrentie van lokale taxibedrijven die onder de prijs lijken te werken. Het is moeilijk om daarmee te concurreren.”

Niet alleen verspreidde de rolstoelvervoerder zich als een olievlek over Vlaanderen en België, ook kwamen er andere activiteiten om de hoek kijken. Zo wordt er inmiddels liggend vervoer uitgevoerd en exploiteert de Limburgse familie ook tal van autocars die voor het buitengewoon onderwijs worden ingezet of voor toeristisch uitstapjes. Ondanks de brede waaier aan activiteiten blijft het vervoer van minder mobiele mensen centraal staan als de specialiteit van de vervoersgroep.

Auteur: Jerom Rozendaal

Jerom Rozendaal is als freelance redacteur verbonden aan TaxiPro.be.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.