Autocar, touringcar

Lange busritten buitengewoon onderwijs blijven duren

De problematiek van de lange busritten tot meer dan zes uur per dag van leerlingen van het buitengewoon onderwijs duurt voort. Dat blijkt uit een bevraging van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en de ouderkoepel van het vrij onderwijs (VCOV), die vinden dat het tijd is voor een definitieve oplossing.

In oktober bevroegen de twee organisaties 158 buitengewone scholen met in totaal bijna 18.500 leerlingen die van het busvervoer gebruik maken, en 1.360 van hun ouders. Bijna de helft van de scholen geeft aan dat hun eerste leerling al voor 6.30 uur op de bus zit en bij negen op de tien voor 7.00 uur. Dat vertaalt zich in lange reistijden: 44 procent van de leerlingen zit ’s ochtends meer dan een uur op de bus. Voor 6 procent is dat zelfs langer dan 2,5 uur voor een enkele rit. De ouderbevraging geeft aan dat bijna twee derde van de leerlingen langer dan een uur minuten op de bus zit voor een enkele rit en 5 procent langer dan 150 minuten.

Ook ’s avonds zitten leerlingen lang op de bus. Drie op vier scholen geeft aan dat de laatste leerling na 17:30 uur van de bus stapt. Voor één op vier is dat na 18:30 uur. Ongeveer een op twee blijkt langer dan een uur onderweg te zijn naar huis. Ook de ouderbevraging wijst op een lange rit naar huis, met ongeveer twee op drie leerlingen die langer dan een uur onderweg zijn ’s avonds. Veel van deze leerlingen hebben bovendien ’s ochtends een langere voorbereidingstijd nodig. Voor heel wat gezinnen start de schooldag dus steevast voor 5:30 uur.

Minder energie

Naast ouders mengen ook de schooldirecteurs zich in het debat. Volgens Gunther De Vries, algemeen directeur van BuBao De Regenboog Lier/Kessel, hebben lange busritten een negatieve impact. “Onze leerlingen zouden met veel meer energie in de klas zitten als ze geen dagelijkse busritten zouden moeten trotseren van gemiddeld vijf uur.” Volgens Tom Vermeulen, teamverantwoordelijke buitengewoon onderwijs bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen, is ook de manier waarop de bussen worden gevuld problematisch.

“Er wordt enkel gekeken naar reistijden en op- en afstapplaatsen. Er wordt geen rekening gehouden met de pedagogische noden van de leerlingen.” Hij wijst erop dat leerlingen in de bus hun energie niet fysiek kwijt kunnen en dat eten en drinken vaak niet mogelijk is. Verder kunnen rolstoelen lang niet altijd reglementair en veilig worden vastgemaakt en is een toiletbezoek niet altijd mogelijk. “Sommige leerlingen moeten een luier dragen omdat de busrit te lang duurt.”

Politieke verantwoordelijkheid

De overheid besteedt aan de organisatie van het leerlingenvervoer 70 miljoen euro, zonder de lonen van de busbegeleiders. Het VCOV hekelt dat dat bedrag al jaren ongewijzigd blijft, ondanks de toename van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs en de stijgende exploitatiekost van de vervoersmaatschappijen.

“De 1,8 miljoen euro die begin september werd vrijgemaakt, heeft enkel de grootste noden kunnen ledigen”, zegt Lieven Boeve. Namelijk leerlingen die wegens plaatsgebrek op de bus werden geweigerd en hier en daar een extra busrit. “Al meer dan een kwarteeuw vragen de onderwijspartners vruchteloos om een aanpak van het probleem. Al even lang wordt de hete aardappel doorgeschoven tussen Onderwijs en Mobiliteit.”

Statuut busbegeleiders

Ook de intentie om het statuut van de busbegeleiders te verbeteren, kreeg volgens de onderwijspartners geen gevolg. “Ondanks onaantrekkelijke uurroosters (vroeg in de ochtend en ‘s avonds) en een minimumloon dragen de busbegeleiders een grote verantwoordelijkheid”, aldus Boeve. “Niet-pedagogisch geschoolde busbegeleiders dragen uren zorg voor tientallen kinderen met uiteenlopende zorgbehoeften van verschillende scholen, zoals een driejarig doofblinde kleuter en een 17-jarige met een gedragsstoornis.”

Naast de verantwoordelijkheid voor het ‘busmanagement’ fungeren ze volgens haar vaak als copiloot voor buschauffeurs die de Nederlandse taal niet machtig zijn. “Als aanspreekpunt voor ouders en staan ze in voor de veiligheid bij het op- en afstappen van de bus.” VCOV en Katholiek Onderwijs Vlaanderen roepen de Vlaamse Regering, en in het bijzonder ministers Lydia Peeters en Ben Weyts, op om samen een structurele oplossing uit te werken.

Samenwerking

De politiek mengt zich eveneens. Vlaams parlementslid Stijn Bex (Groen!) wil dat de rittijden beperkt worden tot maximaal twee uur per dag per kind, zoals ook het kinderrechtencommissariaat voorstelt. Daarnaast vragen de groenen om over beleidsdomeinen heen samen te werken. “De ministers van Onderwijs, Mobiliteit en Welzijn moeten samen een oplossing uitwerken er moet meer ingezet worden op mobiliteitsbegeleiding. Zodat kinderen die dichtbij wonen, mits begeleiding, ook gewoon te voet of met de fiets naar school kunnen gaan. Dit ligt binnen de bevoegdheid van de minister van Onderwijs.”

Groen wil dat de middelen voor collectief leerlingenvervoer gekoppeld worden aan het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs.” In de krant De Morgen benadrukken ministers Lydia Peeters en Ben Weyts dat er wel degelijk werk wordt gemaakt van een structurele oplossing. “In het belang van de kinderen wordt er in samenspraak met alle betrokken ministers gewerkt aan een duurzame oplossing, waarbij alle stakeholders betrokken worden”, klinkt het. De ministers willen zich niet uitspreken over de timing en hoeveel geld er wordt vrijgemaakt.

Auteur: Matthias Vanheerentals

Matthias Vanheerentals is freelance redacteur van TaxiPro.be.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.