Daklicht. Foto: ProMedia

Taxisector herstelt snel, maar haalt nog niet het normale niveau

De taxisector leeft op, maar zit nog wel ver onder het oude niveau. Pierre Steenberghen, secretaris-generaal van de Belgische taxifederatie GTL, blikt in gesprek met TaxiPro terug op de turbulente coronaperiode. Ook kijkt hij vooruit naar het verdere herstel van de markt.

“Sinds half maart 2020 hebben we de grote crisis op ons hoofd gekregen”, zegt Steenberghen. “Voor het grootste deel hebben de bedrijven moeten sluiten. Nadien hebben we geleidelijke heropeningen gehad.” Begin 2021 was er dan de tweede lockdown. “We zijn niet kunnen heropstarten zoals we initieel dachten. De eerste maanden van het jaar zijn slecht geweest. Dat heeft geduurd tot eind mei. Dat zal blijven wegen. Voor de crisis hadden we goede reserves maar die zijn uitgeput geraakt. We hopen dat de sector stand houdt.”

De coronacrisis was een zeer moeilijke periode voor de taxisector. Maar langzaamaan komt het normale leven weer op gang. Er zijn steeds meer versoepelingen. “De taxisector leeft herop, zij het beperkt”, zegt Steenberghen. “Sinds juni kennen we terug een heropleving. Hoe meer de weken passeren, hoe beter het gaat. Als we de hele curve bekijken over het jaar 2020, dan stellen we toch vast dat de sector onder de 40 procent activiteit gebleven is. Al moeten we toegeven dat sommige delen van de economie er nog veel slechter aan toe waren dan onze sector.”

Steden scoren slecht

Binnen de steden gaat het nu nog niet zo goed. In Brussel zitten de taxibedrijven aan 60 procent van hun activiteit, zegt Steenberghen. “In Antwerpen zien we betere cijfers, tussen de 70 à 80 procent. We moeten nu kijken of het ook invloed gaat hebben op de tewerkstelling.” Volgens Steenberghen wacht de taxisector nog op de terugkeer van de zakenklanten. Ook het luchthavenvervoer zit nog verre van het normale niveau. “We zien dat de buitenlandse reizen hernemen. Toch zal het wellicht tot 2024 duren eer er een echte normalisering zal komen. Het blijft nog steeds onder het normale niveau.”

Ook het uitblijven van grote evenementen en het klassieke nachtleven treft de sector nog steeds. Heel wat evenementen zijn definitief afgeschaft, zoals Tomorrowland. “Dat zijn veel klanten van dergelijke festivals die wegvallen. En het nachtleven is ook nog niet gelijk vroeger. We zien ook geen echte heropleving bij de evenementen en de beurzen. De toekomstperspectieven zijn niet goed. We vrezen dat de bedrijven dit jaar nog verliezen gaan boeken.”

Personeel verloren

De sector heeft veel personeel verloren gedurende de pandemie. “Er zijn veel mensen die de sector spontaan verlaten hebben. Op 31 december 2020 had al 25,5 procent van het personeel de sector verlaten. Ondertussen is dat nog verder toegenomen. Reken dat ondertussen 30 à 40 procent van de mensen vertrokken is. Wie blijft in een sector die zo lang getroffen is geweest? We moeten hopen dat die mensen nog terugkomen.”

Pierre Steenberghen. Foto: Matthias Vanheerentals
Pierre Steenberghen. Foto: Matthias Vanheerentals

Volgens Steenberghen heeft GTL toch de nodige inspanningen geleverd. “Gedurende heel de crisis hebben we de zaken opgevolgd met de intersectorale organisaties waarbij we aangesloten zijn, zoals Unizo in Vlaanderen en UCM in Brussel en Wallonië. Zij zijn het luik geweest om de informatie door te geven aan de regeringen. De regering heeft geluisterd naar de sectoren. Maar dat neemt niet weg dat we toch met een kater zitten omdat de taxisector als essentiële sector niet moest sluiten, waardoor de bedrijven niet dezelfde compensaties ontvingen als in de verplicht gesloten sectoren waarvan de taxibedrijven nota bene volledig afhankelijk zijn, zoals horeca, vliegtuigreizen, evenementen en congressen en het nachtleven.”

De sector wordt immers gezien als een dienst van openbaar nut in een tijd dat de coronacrisis het hele land platlegde. “We werden nog altijd verondersteld aan de luchthaven met voertuigen te staan. Ook de taxicentrales moeten een aanbod blijven verzekeren, zelfs in periodes waarin de vraag heel laag is. Gevolg was dan men niet verplicht was om te sluiten, maar toch open bleef.”

Uit de boot gevallen

Het gevolg was dat de taxisector naast een aantal steunmaatregelen greep. “En men bleef met een aantal vaste kosten geconfronteerd”, zegt Steenberghen. “Centrales die open blijven of bedrijven die ter beschikking moeten blijven: dat kost geld. Die moeten ook een dienstverlening kunnen waarborgen. Die kunnen niet zomaar beslissen om te sluiten. Er waren taxibedrijven die een deel van hun vergunningen hebben opgegeven om bepaalde kosten te kunnen besparen.”

Er zijn wel steunmaatregelen geweest. Zowel zelfstandigen als werknemers hebben kunnen genieten van een vervangingsinkomen. Steenberghen: “Een zelfstandige kon nog sluiten en een dubbele overbruggingsvergoeding vragen. Een werkgever kon dat niet zo gemakkelijk. In Vlaanderen moest je 60 procent omzetverlies hebben om van steun te genieten. Maar als je bijvoorbeeld 35 procent omzet blijft verzekeren, dan viel je uit de boot.”

Steun valt weg

Het crisisoverbruggingsrecht bestaat nog voor mensen die echt in de put zitten. “Maar vanaf je heropstart ga je ervoor en ben je de steun kwijt”, zegt Steenberghen. “En dan moet je het halen uit je eigen activiteiten.” Vanaf juli valt het dubbel overbruggingsrecht weg. Volledig gesloten blijven is nu geen optie meer. Daarom hebben 69 taxi- en VVB-bedrijven vorige week de Belgische Staat en de drie Gewesten voor de rechter gedaagd om schadevergoedingen te eisen voor de schade die ze hebben geleden door de ontoereikendheid van de compensaties voor de maatregelen die genomen werden tijdens de COVID-19-crisis.

“Ze willen extra compensaties omdat ze te weinig schadevergoeding hebben gekregen voor de maatregelen van de federale overheid”, zegt Pierre Steenberghen. “We zijn ook naast de maatregelen van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) gevallen. De RSZ had in december een premie gegeven aan de bedrijven die verplicht waren om te sluiten, zoals de horeca en de toeleveranciers van de verplicht gesloten sectoren. Omdat we geen toeleveranciers van de horeca waren, vielen we uit de boot.”

Steenberghen betreurt verder dat de opstart van een nieuw netwerk vervoer op maat, met basisbereikbaarheid, wordt uitgesteld. “Helaas is één van de kandidaten, die zijn bestek heeft ingediend bij de aanbesteding, naar de Raad van State gestapt. In de praktijk loopt alles één jaar vertraging op. Dat is een veelbelovende markt voor ons. De Lijn is op dit ogenblik enorm veel bushaltes aan het afschaffen. Voor de taxisector is dat een opportuniteit want er moeten gaten opgevuld worden.”

Prijzenoorlog

GTL vreest verder dat er door het nieuwe taxidecreet een prijzenoorlog kan ontstaan. “Voortaan kan je overal in Vlaanderen met je vergunning werken”, zegt de voorman. “De prijzen zijn nu volledig vrij en er is geen beperking op het aantal taxi’s meer. Het aantal Ubers blijven beperkt in Vlaanderen. We weten niet hoe dat in de toekomst gaat lopen, wanneer elke wagen van Uber uitgerust wordt met apparatuur die de rittengegevens in real time doorstuurt naar de Vlaamse overheid. Er lopen ook nog tal van rechtszaken over het sociaal statuut van de Uberchauffeurs.”

Lees ook: 

Auteur: Matthias Vanheerentals

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.